Mozes, Jezus, typologie, Matteüs Evangelie
Categories: Bijbel Leave a comment

Is Jezus ‘een tweede Mozes?’

Als deelnemer aan een masterprogramma over het Nieuwe Testament, had ik de kans om in Israël te studeren en er twee zomers lang mee te werken aan archeologische opgravingen in Jeruzalem. Tijdens mijn academische studies in het Heilige Land richtte ik me deels op de vele Joods-Christelijke teksten die in de eerste paar eeuwen na Christus geproduceerd zijn. Ongetwijfeld is een van de beste voorbeelden van werk waar ik aan deelnam de studie naar het eerste boek dat in het Nieuwe Testament voorkomt, het Evangelie van Matteüs.

Hoewel de grote meerderheid van geleerden aanneemt dat Marcus het eerste Evangelie is dat geschreven werd, komt Matteüs als eerste in de canonische volgorde van de Evangeliën. Waarom is dat? Een bevredigend antwoord daarop is dat Matteüs fungeert als een natuurlijke brug tussen het Oude Testament en het Nieuwe. Matteüs is zeker het meest Joodse van de Evangeliën, voornamelijk geschreven om degenen met een Hebreeuwse achtergrond ervan te overtuigen dat Jezus de Messias is. Een van de manieren waarop Matteüs dit bereikt is door Mozes met Jezus te vergelijken.

Inderdaad maakt Matteüs veel gebruik van de typologie van Mozes in zijn Evangelie en laat daarmee zien dat Jezus een nieuwe en grotere Mozes is. De parallellen tussen Jezus en Mozes beginnen met de kinderverhalen van Matteüs.

Net als het kind Mozes krijgt Jezus te maken met een aanval op zijn leven door een heerser die erop uit is zijn eigen koninkrijk te behoeden: de Farao in het geval van Mozes, en Herodes de Grote in het geval van Christus. De slachtpartij die Herodes aanricht bij de mannelijke kinderen in Bethlehem en omgeving roept de poging van de Farao op om de Hebreeuwse jonge kinderen van het mannelijk geslacht te doden (Exodus 1, 15-2, 10).

Zoals Mozes moest vluchten voor de Farao (Exodus 2, 11-15) was Jezus gedwongen naar Egypte te vluchten om een veilig heenkomen te zoeken tegen de woede van Herodes en Hij trad daarvandaan naar voren om zijn volk te bevrijden. Mozes keerde van zijn verblijf in de woestijn met zijn vrouw en zonen uit Egypte terug naar Israël (Exodus 4, 20). Jozef kwam eveneens met zijn vrouw en zoon terug uit Egypte naar Israël (Matteüs 2, 21). Mozes zou de Israëlieten bevrijden uit de slavernij aan de Farao en liet daarbij tekenen en wonderen zien. Jezus bevrijdde zijn volk van de macht van een grotere onderdrukker, Satan, en ook Hij vertoonde wonderbaarlijke tekenen. Dit wordt benadrukt door Jezus’ genezingen en in het bijzonder door zijn duiveluitdrijvingen.

Jezus vastte veertig dagen en nachten lang voordat Hij de nieuwe Wet van God  op een berg onderwees (Matteüs 4); Mozes deed hetzelfde (Deuteronomium 9, 9). Precies zoals Mozes de berg Sinaï besteeg om de Tien Geboden te ontvangen, zo besteeg Jezus een berg om een nieuwe Wet van God, dat het Oude Testament vervult, voort te brengen.

Terwijl Mozes de Tien Geboden zijn gegeven, presenteert Jezus zijn leerlingen de tien zaligsprekingen (Matteüs 5, 3-12). Wij zijn als katholieken gewend om te horen over de “acht zaligsprekingen”, maar wanneer je nagaat wat in de traditie als de achtste zaligspreking wordt genummerd, dan zijn het er eigenlijk twee meer (Matteüs 5, 10–12):

Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen (traditioneel de achtste zaligspreking).

Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil (negende zaligspreking).

Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel. Zo immers hebben ze de profeten vervolgd die voor u geleefd hebben (tiende zaligspreking).

De tiende zaligspreking is in een iets andere vorm dan de andere, want ze begint niet met “Zalig” (in het Grieks makarios) maar met twee gebiedende wijzen “Verheugt u en juicht.” Het woord “zaligspreking” komt van de Latijnse term beatus, dat “gezegend” of “gelukkig” betekent. Omdat “verheugt u” of “wees blij” synoniemen zijn voor “Zalig zijt gij”, hebben we naar alle waarschijnlijkheid tien zaligsprekingen, wat overeenstemt met het Mozes’ motief van Matteüs.

De vijf belangrijke leersessies die door Jezus in Matteüs worden gegeven (de Bergrede in de hoofdstukken 5-7; De zending van de leerlingen in hoofdstuk 10; de lessen voor de gemeenschap in hoofdstuk 18; en de rede over de eindtijd in de hoofdstukken 24-25) zijn bedoeld om te corresponderen met de vijf boeken van Mozes, de Pentateuch. Zelfs binnen de Bergrede worden er vijf “antithesen” gepresenteerd (“Gij hebt gehoord…maar Ik zeg jullie”), waar Jezus laat zien hoe zijn nieuwe wet van het koninkrijk de wet die aan Mozes werd gegeven tot vervulling brengt.

Het is ook al wel voorgesteld door sommige geleerden dat het gehele Evangelie een vijf-boeken-indeling heeft (3-7; 8-10; 11-13; 14-18; 19-25). Elk “boek” bevat materiaal over wat Jezus zei en deed, gevolgd door een concluderende formule (7, 28-29; 11, 1; 13, 53; 19, 1; 26, 1), waarbij de kind- en passieverhalen respectievelijk als in- en uitgeleide van het boek worden beschouwd. Deze visie heeft desalniettemin geen consensus, want er zijn veel alternatieve structuren van het Evangelie als geheel voorgesteld.

De doop van Jezus in de Jordaan zou ook een toespeling zijn op de populaire opvatting in de Joodse wereld in de late oudheid naar de oversteek van de Jordaan. Het stond symbool voor het opnieuw innemen van het beloofde land en het hervestigen van het koninkrijk van David onder de Mozaïsche wet. Deze beeldspraak werd opgepikt door figuren die een mislukte aanspraak maakten op het zijn van de Messias, zoals Theudas (Handelingen 5, 35-39). Het is ook de reden waarom de activiteiten van Johannes de Doper in de Jordaan de aandacht trok van de autoriteiten. Dus Jezus vervult de Mozaïsche typologie door een verovering van een nieuw “beloofd land” voor het volk Gods te beginnen in de Jordaan. Er zouden ook echo’s kunnen weerklinken in de doop van Jezus van de doortocht door de Rode Zee (waarnaar Paul het doopsel refereert in 1 Korinthiërs 10, 1-2).

Ten slotte kan men opmerken dat deze interpretatie van Matteüs gebruikelijk was bij de Kerkvaders en dat vele latere rabbijnen ook vergelijkingen hebben gelegd tussen Mozes en de komende Messias. Hoe het ook zij, veel Joden in de vroege eeuwen deden dit en zetten dit nog altijd voort.

Tijdens mijn studietijd in Israël ontmoette ik veel Hebreeuwse katholieken, van wie de meesten bekeerlingen waren. Het Evangelie van Matteüs heeft zeker invloed gehad op hun besluit. Hoewel veel mensen verbaasd zouden staan over de hoeveelheid Joden die zich vandaag de dag bekeren, zou dit toch niet zo verrassend moeten zijn voor ieder die begrijpt dat Gods beloften aan Israël nooit teruggeroepen zijn. De Kerk die Jezus beloofde te bouwen in het Evangelie van Matteüs is niet alleen het universele (“katholieke”) sacrament voor de verlossing van alle volkeren, maar tevens de vervulling van het Judaïsme. Wanneer wij in dialoog gaan met mensen van Joodse afkomst is het een belangrijke en nuttige brug om hen te helpen het Geloof te begrijpen.

Dit artikel werd geschreven door Cale Clark en verscheen eerder op Catholic Answers.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *