Bijbel, gebed, lectio divina
Categories: Bijbel

Wil je evangeliseren? Begin met Bijbels gebed

Fr. William Dillard

Sinds Paus Johannes Paulus II de Kerk tot een nieuwe “horizon van evangelisatie” heeft opgeroepen, bestaat er een grotere interesse voor onze evangelisatie-taak. Parochies en bisdommen door de hele Verenigde Staten hebben actieve evangelisatie-teams en evangelisatie-kantoren. Toch is er bij veel katholieken nog weerzin te bespeuren om eraan mee te doen.

Katholieken doen dat niet

Enkele jaren geleden werd ik benoemd bij een kleine parochie waar de pastoor een parochie-evangelisatie-team wilde opzetten. Het idee was dat er na een tijd van vorming drie teams gevormd zouden worden. Het eerste team zou zich richten op het verrijken van de actieve praktiserende en betrokken katholieken in de parochie. Het tweede team zou zich uitstrekken naar lauwe katholieken in de parochie. Het derde team zou contact zoeken met niet-katholieken door informele bezoeken bij hen thuis af te leggen.

We begonnen met het interesse wekken bij de leiders van de leken in de parochie. Ik was vrij verbaasd door de reactie die afkomstig was van veel van deze actieve parochianen die gevraagd werden deel te nemen aan het team. Een commentaar van een van de vrouwen is nog altijd karakteristiek: “Wij zijn niet geïnteresseerd in evangelisatie”. Een andere opmerking sprak voor mij boekdelen over de noodzaak van evangelisatie, om over basale catechese maar te zwijgen: “katholieken doen dit soort dingen niet!”

Ondanks de aanvankelijke weerstand gingen we door met de spirituele en theologische vorming. Een van de eerste onderdelen van die vorming was een bezinningsdag waar we de oude beoefening van lectio divina (goddelijke lezing) introduceerden. Na het aanleren van de vier-fase-methode van lectio divina werd elk van de deelnemers een passage uit de Schrift gegeven die het gebod om te evangeliseren uit het Evangelie bevatte. Daarna, nadat ieder individueel tijd had doorgebracht in privé gebed, kwamen we in kleine groepjes samen om de ervaringen te delen. Het was heel aanwijsbaar – door de diepte en overtuiging van de beschouwingen – dat de Schrift tot de harten had gesproken. Veel deelnemers voelden dat hun gebed een kanaal was geweest voor Gods genade – en zij voelden zich geroepen tot de missie van de evangelisatie.

De oude praktijk van lectio divina biedt een kanaal van genade aan voor de nieuwe horizon van de evangelisatie. Het voorziet in een ideale gelegenheid om naar het Woord van God te luisteren met het “oor van het eigen hart” (De regel van Benedictus); tegelijkertijd levert het een heel nuttig en praktisch bestanddeel voor de evangelisatie vanuit een parochie of binnen het bisdom.

Onder de verschillende gebedsscholen heeft de lectio divina misschien wel de langste, belangrijkste, en de meest vooraanstaande traditie. Terugkijkend op duizenden jaren heilsgeschiedenis kunnen we zien hoe een soort lectio divina gebed centraal stond in de spirituele praktijk van de gelovigen in het oude Israël. De leraren lazen de Schrift voor aan het volk en het volk memoriseerde de Schriftteksten en mediteerden er “dag en nacht” (Psalm 1, 2) over.

De Evangelies portretteren Jezus duidelijk als man van gebed, doordrongen van de Schriften. Jezus zelf deed aan een vorm van lectio divina toen hij op een keer in de synagoge de Schriften las en verkondigde, dat “het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt thans in vervulling is gegaan”, (Lucas 4, 16-21). Terwijl de Kerk zich tot een duidelijke organisatie ontwikkelde, werd de traditie van het schriftuurlijk gebed vanuit het Judaïsme opgenomen in het bouwwerk van het christelijk leven en haar spiritualiteit. Het is duidelijk dat Bijbels gebed een wijdverbreide praktijk was in de vroege Kerk, zoals naar voren wordt gebracht door de Kerk van Alexandrië, waar Origenes de christenen onderwees in de praktijk van Bijbellezing en meditatie. Dit werd oorspronkelijk sacra pagina genoemd, maar ontwikkelde zich geleidelijk in tot wat vandaag lectio divina wordt genoemd.

Wat is goddelijke lezing?

Goddelijke lezing is wijs lezen, niet wetenschappelijk lezen. Het is de bedoeling dat we wijsheid vergaren in plaats van feitenkennis. Er is een groot onderscheid: Terwijl het erop lijkt dat we zelf kennis opzoeken, is het de genade die ons tot de wijsheid leidt. Lectio divina vereist de genade van God en de betrokkenheid van de hele persoon: de wil, het intellect en het hart. Als we proberen het hart van de mens en van God in het Woord van God te vinden, dan wordt het pad naar de evangelisatie toe duidelijk.

Om te evangeliseren is het noodzakelijk dat je zelf wordt geëvangeliseerd. Bijbels gebed leidt tot bekering en wel bekering van het praktische leven. Het voorziet in waar voedsel voor de spirituele kracht en zuivering – en deze zijn het wapenarsenaal voor de spirituele oorlog tegen alles dat de groei in liefde en waarheid tegenwerkt. Lectio divina stelt ons in staat om samen te werken met de genaden die we ontvingen in het doopsel om Christus’ universele oproep tot heiligheid tot voltooiing te brengen.

De kunst van het luisteren is essentieel bij lectio divina, en luisteren is het basisgereedschap en de basishouding van iedere authentieke leerling van Jezus. Luisteren is de rode draad doorheen de opbouw van de lectio divina en doorheen het hele christelijke leven. Dit wordt in de Regel van Benedictus beschreven als de poort waardoorheen gehoorzaamheid, nederigheid en stilte vloeien. Deze deugden, gecombineerd met liefdadigheid en solide catechese zullen het fundament vormen voor een effectieve evangelisatie.

Zo makkelijk als LMOC

In Lectio divina als gebedsvorm onderscheiden we vier fases. Deze fases kun je onthouden met het acroniem LMOC, waarvan de betekenis vanuit het Latijn is: lectio of lezen, meditatio of meditatie, oratio of gebed, en contemplatio oftewel contemplatie.

Het proces begint met lezen. Het doel van deze manier van lezen is niet om inhoudelijke kennis te vergaren, en ook niet om doelmatig en efficiënt te zijn – dit zijn niet de sleutels tot het lezen in gebed. Deze manier van lezen moet geduldig, volhardend, gedisciplineerd zijn en openstaan voor het werken van de heilige Geest. Het moet boven alles de haast vermijden.

Wanneer je begint, moet de heilige tekst langzaam en bedachtzaam gelezen worden, waarbij je focust op de woorden en op niets anders, zelfs niet op de betekenis, maar slechts op de woorden zelf. Deze manier van lezen is wel vergeleken met het herkauwen van koeien – een aardse, maar accurate metafoor. Wanneer je de passage steeds opnieuw leest, zal er een bepaald woord of frase uitspringen of “opgloeien” met betekenis. Deze zal het woord van genade of de anker-frase zijn voor het gebed van die dag. Tijdens deze perioden van stille aandacht doordringen de woorden van de Schrift de ziel en zetten zich vast in het hart.

De fase van het lezen leidt tot de volgende daarvan afhankelijke fase, welke de meditatie is. Meditatie komt uit het Latijn en betekent (vrij vertaald) “denken”. Het is geen denken in de gewone betekenis, maar een denken dat een intentie insluit om te handelen overeenkomstig naar waar het denken ons naar toe leidt. Leg er nu, met de hulp van de heilige Geest, je wil, gedachten, verbeelding, emoties, en verlangen op toe om te onderscheiden en te overwegen wat de betekenis van dit woord voor vandaag is.

De vruchten van meditatie worden meegenomen naar de volgende fase van de lectio divina, het gebed. Dat is een natuurlijke overgang, waar je tot een dialoog met God wordt getrokken als resultaat van de meditatie. In deze fase verplaatst het woord van God zich milddadig van alleen het rationele verstand naar steeds diepere lagen van het hart. Het is gedurende het gebed dat we het meest onszelf worden. Bewust zijn van Gods onmetelijke liefde en onze volledige afhankelijkheid van Hem leidt ons tot een diepere vereniging met Hem.

We naderen God met ons hele zelf en roepen al onze natuurlijke en bovennatuurlijke vermogens aan. Dit is een daad van het intellect, bewogen door de wil, in overeenstemming met en volmaakt en verheven door geloof, hoop en liefde tot de naaste.

Wees stil en weet dat Ik God ben

Nu, na vanuit de diepten van het hart met God in het gebed gesproken te hebben, proberen we tijdens de vierde fase te luisteren naar het hart van God. Deze fase wordt contemplatie genoemd. Het woord contemplatie is afgeleid van het Latijnse woord templem en dat kun je vertalen als “naar een spektakel kijken”. De voorafgaande drie fases worden beschouwd als actief gebed omdat zij het intellect en de wil op een actieve manier betrekken. De contemplatieve fase is passief gebed, omdat het de directe ervaring met God zoekt, voor zover dat mogelijk is. Beschouwing is de kennis van God door het geloof en ervaren door de liefde. Het is een intuïtieve ervaring van God, mogelijk gemaakt door geloof, hoop en liefde, en de gave van wijsheid (Jordan Aumann, Spiritual Theology, 258). Op dit punt in de ervaring van lectio divina is het doel om geheel aanwezig te zijn bij God. Wij zijn stil en staan het onszelf toe een onbeschreven blad te zijn, zodat God op ons kan schrijven wat Hij maar wil. Dit is de plaats in het gebed waar God het volledig kan overnemen omdat wij ons verstand, onze wil en onze verbeelding stopzetten. De heilige Johannes van het Kruis zegt, dat “we niets mogen doen: geen activiteit ondernemen, geen verlangens hebben, en de liefde van God toestaan je ziel te dwingen vrijelijk de stilte in te gaan, om er eenvoudigweg te ontvangen” (Whitall Perry, A Treasury of Traditional Wisdom, 253).

Er is een vijfde fase in de lectio divina, traditioneel niet erin opgenomen, en dat is de operatio. In deze fase wordt de gebedservaring de wereld in naar buiten gebracht en wordt ernaar gehandeld. Waar de heiligheid iets moeilijks is om te meten, zijn haar vruchten dat niet. De Bijbel herinnert ons eraan dat een boom niet bekend staat om zijn eerste aanblik, maar om zijn vruchten. De vrucht van het gebed zou het brandend verlangen zijn om het Goede Nieuws naar de einden der aarde te brengen, zoals Christus het bevolen heeft.

Niet alleen voor het klooster

Nu ik de grote praktische waarde van lectio divina voor de evangelisatie heb gezien, zou ik het een ernstige fout vinden om haar naar een monastiek klooster te verbannen, of erger nog, naar de geschiedenis. Het is in elke eeuw een onschatbaar cadeau van God gebleken om de harten van mensen te bewegen. In onze tijd is het een essentieel middel in de nieuwe evangelisatie. Bijbels gebed staat ons toe onze eigen geleefde ervaring en de ervaringen van anderen te begrijpen, zodat we Christus en zijn evangelie op een relevante en leven gevende manier kunnen presenteren. Dat alleen zal ware vrede, rechtvaardigheid en vrijheid aan onze wereld geven, en dat alleen zal het verlangen van het menselijk hart stillen.

IN DE KANTLIJN

Lectio Divina door de eeuwen heen

Tijdens de patristische periode gebruikten de Kerkvaders van het Oosten en het Westen lectio divina en moedigden het gebruik aan onder de gelovigen. Misschien wel de eerste die dit deed was de heilige Cyprianus van Carthago, die een jonge monnik de raad gaf om “volhardend te zijn in het gebed en het lezen” (Epistel 1.15). De heilige Ambrosius van Milaan schrijft: “Wij spreken tot God als wij bidden, wij luisteren naar God wanneer we Gods woord lezen” (geciteerd in Theological and Dogmatic Works).

Zeker een van de meest ingrijpende ervaringen van lectio divina gebeurde in het leven van de heilige Augustinus van Hippo, en wordt beschreven in zijn Belijdenissen. Augustinus had de Psalmen gelezen, bemediteerd, en beschouwd toen hij een stem tegen hem hoorde zeggen, “Ga, verkoop wat je hebt en geef het aan de armen en je zult er een schat in de hemel voor terugkrijgen, en kom volg Mij” (Belijdenissen VIII).

Maar de naam die het meest nauw wordt verbonden met lectio divina is die van de heilige Benedictus van Nursia (c. 530). De heilige Benedictus gaf lectio divina diens naam in zijn Regel van de heilige Benedictus, en bewerkstelligde een onafscheidelijke link in het Westen met het monastieke leven. Hij legde lectio divina in zijn Regel vast, bepaalde specifieke tijden op elke dag voor de monnik om het Bijbellezen en het gebed te praktiseren (48).

In de scholastieke periode bepleitten de heilige Thomas van Aquino, de heilige Bonaventura en vele andere theologen het Bijbels gebed, door de gelovigen aan te moedigen om vragen te stellen aan de Schrift en dan zichzelf vragen te stellen over de vorm en de inhoud van wat zij gelezen hadden (Jean LeClercq, The Love of Learning and the Desire for God, 78). De moderne tijd was een gouden eeuw voor het schrijven over meditatie en contemplatie. Gedurende deze tijd ontwikkelde de Kerk haar begrip van gebed verder als dialoog met God die de dialoog door zijn Woord initieert (“Prayer,” The New Catholic Encyclopedia).

In de laatste eeuw ondervond de lectio divina een diepgaande heropleving. Dit begon in 1927 met Denis Gorcs en zette zich voort in de liturgische beweging van de jaren ‘40 en ‘50. Het Tweede Vaticaans Conclilie benadrukte de waarde van de lectio divina in het decreet Dei Verbum: “Gebed moet het lezen van de heilige Schrift vergezellen, zodat er een dialoog plaatsvindt tussen God en de mens” (25).

Dit artikel werd vertaald door het Sint Paulus Instituut. Het oorspronkelijke artikel is te lezen op Catholic Answers.