tot God, deelname
Categories: Apologetiek

Wat betekent: ‘opdat we tot God mogen worden’?

Vraag:

Wat bedoelt de Catechismus wanneer het zegt dat wij tot goden zullen worden gemaakt (CKK 460)? Betekent dat niet dat de Kerk polytheïsme leert?

Antwoord:

Laten we eerst kijken naar de relevante passage uit de Catechismus:  Het Woord is vlees geworden om ons “deel te laten krijgen aan Gods eigen wezen” (2 Petrus 1, 4). “Het Woord van God is mens geworden en Hij die Gods Zoon is, werd de Mensenzoon, opdat de mens zoon van God wordt door het Woord in zich te dragen en het kindschap te ontvangen”. “Want Gods Zoon is mens geworden om ons tot God te maken”. “De eniggeboren Zoon van God nam, omdat Hij ons in zijn goddelijkheid wilde laten delen, onze natuur aan, opdat Hij, mens geworden, de mensen tot goden zou maken”. (CKK 460)

De heilige Athanasius

De zin waar het om gaat: “Want Gods Zoon is mens geworden om ons tot God te maken,” is een citaat uit Over de vleeswording van het Woord van Sint Athanasius van Alexandrië.

Laten we met ons antwoord beginnen door te zeggen, dat het onverstandig zou zijn als de Catechismus het citaat van de heilige Athanasius zou gebruiken om polytheïsme te prediken, terwijl zij het polytheïsme uitdrukkelijk veroordeelt in paragraaf 2112.

Ten tweede is het onwaarschijnlijk dat een heilige van formaat, zoals de heilige Athanasius, onwetend zou zijn over de metafysische waarheid dat Gods natuur absoluut uniek is en niet door een eindig schepsel kan worden bezeten. Daaruit volgt dat er meer achter zit dan op het eerste gezicht lijkt.

Deelnemen/participatie aan Gods natuur

Volgens het originele Grieks van de heilige Athanasius, waaruit de Catechismus citeert, zou de zin “om ons tot God te maken” beter vertaald kunnen worden met “om ons te vergoddelijken”. Het Griekse woord voor “vergoddelijken” theopoiethomen heeft meer een connotatie van deelnemen aan dan het worden tot God.

Ondanks de onhandige vertaling naar het Nederlands, lijkt het de betekenis van deelname aan de goddelijke natuur te zijn, wat de Catechismus bedoelt met Sint Athanasius’ citaat. De eerste zin in paragraaf 460 is een citaat van de heilige Petrus, waarin hij leert dat christenen “deelkrijgen aan Gods eigen wezen” (2 Petrus 1, 4).  Bovendien citeert de Catechismus meteen na de heilige Athanasius ook de heilige Thomas van Aquino, die ons uitlegt dat God ons in zijn goddelijkheid wilde laten delen.

Het idee te delen in de goddelijke natuur betekent dat wij delen in wat filosofen en theologen identificeren als Gods overdraagbare eigenschappen (goedheid, heiligheid en liefde) in tegenstelling tot de niet-overdraagbare eigenschappen (alwetendheid, almacht, alomtegenwoordigheid en absolute eenvoud). Naar deze deelname aan de goddelijke natuur wordt gewoonlijk verwezen met theosis of vergoddelijking.

Jezus is de enige Zoon van God (Johannes 1, 18 & 3, 16) en toch kunnen wij delen aan zijn Zoonschap door participatie (1 Johannes 3, 2), zoals wij ook door genade deel zullen hebben aan Gods natuur, ook al is alleen Hij oneindig.

Karlo Broussard – 1 September, 2017

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op Catholic Answers.