Brant Pitre Case for Jesus
Categories: Apologetiek

Het pleit voor Jezus – interview met dr. Brant Pitre

In de klassieker van C.S. Lewis, Onversneden Christendom, presenteert de schrijver zijn beroemde trilemma: gebaseerd op wat we in de Schrift lezen, was Jezus Christus óf een leugenaar, óf een gek, óf de Heer. Ieder die de dingen zegt die Hij zei en de dingen doet die Hij deed moet wel een grote bedrieger (een leugenaar), een verwarde of dwaze man (een gek), of God zelf zijn.

Toch is er voor veel moderne sceptici een vierde alternatief, die Lewis niet noemde: namelijk een legende. Het is mogelijk dat we de Bijbelse verhalen over Jezus niet kunnen vertrouwen. Misschien zijn zij door de eeuwen heen aangepast zoals een zin bij het kinderspel “telefoontje” ook verandert. En als dat het geval is, dan hebben we geen betrouwbare informatie over wie Jezus was of wat hij deed.

Maar is dit werkelijk het geval? Dr. Brant Pitre pakt veel van deze uitdagingen op in zijn nieuwste boek, The Case for Jesus: The Biblical and Historical Evidence for Christ (Image, 2016). Pitre, auteur van het veel verkochte Jezus en de Joodse wortels van de Eucharistie, gaat terug naar de bronnen—het Bijbels en historisch bewijs over Christus—om verschillende belangrijke vragen te beantwoorden:

  • Waren de vier Evangeliën werkelijk anoniem?
  • Zijn de Evangeliën folklore? Of zijn zij biografieën?
  • Zijn de vier Evangeliën te laat geschreven om betrouwbaar te zijn?
  • Hoe zit het met de zogenoemde “verloren Evangeliën”, zoals “Q” en het Evangelie van Thomas?
  • Heeft Jezus beweerd God te zijn?  
  • Is Jezus goddelijk in alle vier de Evangeliën? Of alleen in Johannes?
  • Bracht Jezus de Joodse profetieën over de Messias tot vervulling?
  • Waarom was Jezus gekruisigd?
  • Wat is het bewijs voor de verrijzenis?

Vandaag neemt Dr. Pitre plaats bij Brandon Vogt om te vertellen hoe recente ontdekkingen in de studies over het Nieuwe Testament, evenals het terzijde gelaten bewijs van de oude manuscripten van de vroege Kerkvaders, samen het potentieel hebben het tapijt onder de voeten van een eeuw scepsis ten opzichte van de traditionele Evangeliën weg te trekken. Bovenal laat Pitre zien hoe de beweringen van Jezus van Nazareth ‘God te zijn’ alleen maar begrepen kunnen worden als je deze terugzet in de oude Joodse context.

VRAAG: Laten we beginnen met een basale vraag: waarom dit boek en waarom nu?

PITRE: Omdat scepsis en verwarring over Jezus en de oorsprong van de Evangeliën alomtegenwoordig is, en zich verbreidt. Ik ben gedurende al deze jaren de tel kwijt geraakt hoe vaak mensen op mij afstapten en vertelden hoe zij hun zonen en dochters naar de universiteit hadden gestuurd om hen daarna terug te zien komen als agnosten of atheïsten. Steeds weer vroegen zij mij: kunt u een boek aanraden dat goed voor hen zou zijn?

Ik kan ook het aantal studenten niet noemen dat ik deze jaren heb lesgegeven die elders een of meerdere historisch ongegronde beweringen over Jezus en de Evangeliën hadden meegekregen. Het is nu praktijk dat studenten de leslokalen van de universiteit uitkomen met de gedachte dat de Evangeliën oorspronkelijk “anoniem” waren; dat we geen idee hebben wie ze geschreven hebben; dat zij zeker niet geschreven waren door ooggetuigen; dat de verhalen in de Evangeliën een soort eindproduct waren van het oude “telefoonspel”; dat de Evangeliën meer “volksverhalen” zijn dan biografieën; dat Jezus van Nazareth nooit werkelijk beweerd zou hebben God te zijn; en dat Hij dat alleen beweert in het latere Evangelie van Johannes—niet in de vroegere Evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas.

Uiteindelijk besloot ik dat het probleem zo alomtegenwoordig is dat ik er zelf iets over moest schrijven. En dat heb ik dus gedaan. Ik schreef The Case for Jesus voor iedereen—gelovige, ongelovige, of een beetje van beide—die zich ooit heeft afgevraagd: Hoe zijn wij aan de Evangeliën gekomen? Wie heeft Jezus beweerd te zijn? En waarom is dit alles van belang?

VRAAG: Zoals u zegt, veel sceptici wijzen de Bijbel af, omdat ze denken dat het weinig beter is dan het “telefoonspel” dat je speelt op kinderpartijtjes, waarbij een boodschap van oor tot oor wordt gefluisterd en meestal geheel verhaspeld eindigt. Als de Bijbelse getuigenissen vele jaren mondeling zijn doorgegeven voordat ze op schrift zijn gesteld, hoe kunnen zij dan betrouwbaar zijn?

PITRE: Nou, om eerlijk te zijn, de vier Evangeliën zouden geen betrouwbare verslagen zijn als ze dat niet waren toen ze werden opgeschreven. Het hele punt van het telefoonspel is het oorspronkelijke verhaal zo te veranderen dat iedereen aan het einde eens goed kan lachen.

Het probleem is natuurlijk dat de analogie met het telefoonspel totaal anachronistisch en simplistisch is—om maar niets te zeggen over het academisch onverantwoordelijke ervan. Je vindt het in geen enkel serieus boek over Jezus terug. En toch wordt het door sceptici overal onderwezen als zou het een handige analogie zijn over hoe wij de Evangeliën gekregen hebben.

Integendeel, zoals ik in The Case for Jesus laat zien, zul je, wanneer je kijkt naar het werkelijke historische bewijs (in plaats van te verwijzen naar een belachelijk hedendaags kinderspel), iets heel anders vinden: je zult ontdekken dat de vier Evangeliën in feite oude Grieks-Romeinse biografieën zijn, die gebaseerd zijn op ooggetuigenverslagen van studenten van Jezus en hun volgelingen, en dat ze geschreven zijn binnen de levensspanne van de apostelen. Je zult ook enkele van de opvallende verschillen zien tussen de vier eerste-eeuwse Evangeliën en de zogenoemde “verloren Evangeliën”—zoals het Evangelie van Thomas of het Evangelie van Judas—en snappen waarom deze latere teksten geen betrouwbare bronnen voor het leven van Jezus zijn.

VRAAG: De agnostische geleerde Bart Ehrman beweert dat alle vier de Evangeliën oorspronkelijk zijn uitgebracht zonder kopjes of titels die de auteurs aanduiden, en dat het pas jaren later was—misschien wel meer dan een eeuw—dat christenen er de namen Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes aan toevoegden in een poging de manuscripten meer gezag te geven. Ehrman besluit dat, omdat wij de oorspronkelijke auteurs niet kennen, wij er niet zeker van zijn dat de Evangeliën betrouwbare ooggetuigenverslagen bevatten van mensen die Jezus en zijn discipelen werkelijk kenden. Is er iets verkeerd met deze “theorie van de anonieme Evangeliën”?

PITRE: Ja. Mijn boek begint ermee de lezer stap-voor-stap door de ernstige moeilijkheden met de nu wijdverbreide theorie dat de Evangeliën oorspronkelijk anoniem waren, mee te nemen.

Het eerste probleem: er is geen enkel anoniem manuscript van de Evangeliën gevonden. De reden? Zij bestaan niet. Dat is een groot probleem voor ieder die beweert dat zij “oorspronkelijk” anoniem waren. Geschiedenis wordt verondersteld te werken met echt bewijs.

Het tweede probleem: het idee dat alle vier de Evangeliën bijna een eeuw lang anoniem doorgegeven werden, voordat zij op wonderbare wijze aan precies dezelfde auteurs werden toegeschreven door klerken doorheen het gehele Romeinse rijk, is volledig ongeloofwaardig.

Ten slotte, als je valselijk je anonieme Evangelie aan een auteur zou toeschrijven om het “autoriteit,” te geven, waarom zou je dan Marcus en Lucas kiezen, want geen van beiden had Jezus als ooggetuige meegemaakt? Als je gezag wilde hebben, waarom schreef je het anonieme Evangelie niet aan Petrus, of Andreas, of zelfs aan Jezus zelf toe?

Zoals ik zal proberen te laten zien, is de theorie van de anonieme Evangeliën zowel ahistorisch (het heeft geen werkelijk tekst-kritisch bewijs in de vorm van een manuscript om het te onderbouwen), als onwetenschappelijk (het is niet bestand tegen logische redenatie).

VRAAG: Hoe kunnen we er zeker van zijn dat Jezus de langverwachte Messias in Israël was? Wij weten dat andere historische figuren hetzelfde beweerd hebben. Wat is er dan zo speciaal aan Jezus bewering?

PITRE: Dat is een geweldige vraag. Een van mijn favoriete hoofdstukken in het boek is waar ik laat zien waarom de eerste christenen—die allen Joodse christenen waren—tot het geloof kwamen dat Jezus van Nazareth in feite de langverwachte Joodse Messias was.

Voor het grootste gedeelte draait het antwoord om Jezus’ twee favoriete uitdrukkingen: “het Koninkrijk van God” en de “Mensenzoon”. Zoals ik laat zien in het boek zijn beide uitdrukkingen direct afkomstig uit het boek Daniël. Van belang is dat de Joden uit de eerste eeuw Daniëls profetieën interpreteerden als voorzeggingen van de komst van de Messias, maar ook dat zij er een daadwerkelijke tijdlijn voor gaven.

Ik kan hier niet in de details duiken, maar als je het boek koopt, zie je dat de profetieën in Daniël voor de oude Joden suggereerden dat de Messias ergens in de eerste eeuw zou komen, tijdens het rijk van de Romeinen. Middenin deze fervente messiaanse verwachting stapt Jezus van Nazareth binnen, die Zichzelf identificeert als de “Mensenzoon” en het “Koninkrijk van God” van Daniël, en wiens dood plaats zal vinden in de tijd dat Daniël zegt dat de toekomstige “Messias” gedood zou worden.

Vaak als ik deze informatie met mijn studenten deelde, waren zij er zeer van onder de indruk. De meeste christenen uit de moderne tijd zijn zich er geheel niet van bewust dat het boek Daniël zelfs een tijdlijn geeft voor de komst van de Messias, en nog minder hoe Jezus’ leven daarop past. Hoe dan ook, het was bij de eerste christenen zeer bekend, en het was een van hun favoriete argumenten om te laten zien dat Jezus niet alleen beweerde de Messias te zijn; Hij was werkelijk “vooraf aangekondigd” en bracht de messiaanse tijdsplanning in het boek Daniël ter vervulling.

VRAAG: Sommige geleerden zeggen dat hoewel Jezus misschien wel de Messias was, Hij nooit beweerd heeft God te zijn (behalve, wellicht, in het Evangelie van Johannes, dat, zo verzekeren zij, veel later geschreven was dan de andere Evangeliën en daarom onbetrouwbaar is). Maar is dit waar? Dacht Jezus dat Hij God was? Is dit evident in Matteüs, Marcus, of Lucas, of op andere plaatsen behalve Johannes?

PITRE: De vraag of Jezus wel of niet beweerd heeft God te zijn is de essentie van het boek.

Vandaag de dag is het gebruikelijk dat sceptici beargumenteren dat Jezus alleen goddelijk wordt beschreven in het Evangelie van Johannes en dat Hij nooit enige claim op goddelijkheid heeft gemaakt in de synoptische Evangeliën van Matteüs, Marcus, en Lucas.

Dit opmerkelijk wijdverbreide idee is, eerlijk gezegd, aantoonbaar fout. Zoals ik in het boek laat zien, beweert Jezus welzeker goddelijk te zijn in Matteüs, Marcus en Lucas. Hij doet dat alleen op een zeer Joodse manier: door raadsels, parabels en zinspelingen op de Joodse Schriftboeken (het Oude Testament), om daarmee zowel zijn identiteit te onthullen als te verbergen. Hoe dan ook, als je het Oude Testament niet goed kent—en laten we erkennen, veel hedendaagse lezers kennen het niet goed—dan zul je het niet zien. Je zult niet duidelijk begrijpen wat Jezus over Zichzelf zegt en wie Hij werkelijk beweert te zijn. Met andere woorden, veel mensen (met inbegrip van enkele geleerden) missen de Joodse wortels van Jezus’ goddelijkheid.

Sterker nog, zoals je zult inzien als je het boek leest, als je wilt ontkennen dat Jezus beweert God te zijn in de synoptische Evangeliën, dan moet je ook bereid zijn een hoop bewijs te elimineren. Zeker weten, Jezus is volledig mens in de synoptische Evangeliën—maar Hij is ook veel meer dan gewoon maar een mens.

VRAAG: Er is al veel debat geweest tussen Bijbelgeleerden over wat de vroege christenen bedoelden toen zij beweerden dat Jezus is “opgestaan”. Wat bedoelden zij niet met dit idee, en wat hebben zij wel bedoeld?

PITRE: Nou, toen de Joodse discipelen beweerden dat Jezus uit de doden was opgestaan, beweerden zij zeker niet dat hij eenvoudigweg gereanimeerd was, of dat zijn “geest” in de harten van zijn volgelingen verder leefde, of dat zijn “ziel naar de hemel was gegaan” toen hij stierf. Dat is gewoon niet wat “opstanding” betekende in een Joodse context in de eerste eeuw.

In plaats daarvan was hetgeen zij beweerden, dat Jezus nu weer levend was in hetzelfde lichaam dat gekruisigd was, en dat Hij nooit meer zou sterven. Met andere woorden, zij predikten niet de onsterfelijkheid van Jezus’ ziel; zij verkondigden de opstanding van zijn lichaam.

Vanaf het begin was de lichamelijke opstanding van Jezus een van de meest controversiële claims die door Jezus’ discipelen gemaakt werd. In de laatste hoofdstukken van het boek bekijk ik het werkelijke bewijs over het lege graf en de lichamelijke opstanding van nabij. (Dat maakt het een perfect boek voor de vastentijd en Pasen!) Maar ik doe ook iets unieks. De meeste boeken negeren de primaire reden dat de eerste Joodse christenen in de opstanding geloofden: zij zagen het als een in vervulling gaan van de Schrift. Ik probeer te laten zien welke profetieën uit het Oude Testament zij geloofden dat Jezus die vervuld had en waarom het argument van de Joodse Schrift zo’n krachtig motief van geloofwaardigheid voor het geloven in de opstanding was.

VRAAG: Stel dat je een katholieke universiteitsstudent(e) tegenkomt die een paar introductielessen heeft gevolgd over het Nieuwe Testament en wie het nu duizelt. De professor heeft de zaden van scepsis in zijn of haar hoofd geplant, waardoor de student(e) nu twijfelt over zijn/haar geloof, de Bijbel en zelfs over Jezus zelf. Wat zou je zeggen?

PITRE: Dat is gemakkelijk. Ik zou hem of haar zeggen The Case for Jesus te lezen!

Maar even serieus—Ik zou de student eerst vragen of hij/zij in het kort de argumenten voor zowel voor als tegen de waarheid van de Evangeliën en de goddelijkheid van Jezus kort zou kunnen uitleggen. In mijn ervaring hebben studenten die verward zijn door sceptische studies bijna altijd alleen de ene kant van het argument vernomen.

Dat is tenminste wat met mij gebeurde toen ik de historische debatten begon te bestuderen over hoe we de Evangeliën hebben verkregen en wie Jezus beweerde te zijn. Bijna twintig jaar geleden ging ik door een heel donkere periode waarin ik bijna mijn geloof verloren heb (meer daarover in het boek). Ik was blootgesteld aan de meer sceptische argumenten, maar was me niet bewust van het tegenbewijs—de manuscripten van de Evangeliën, het bewijs van de vroege Kerkvaders, de Joodse betekenis van Jezus’ beweringen goddelijk te zijn in de synoptische Evangeliën, etc.

Uiteindelijk heb ik daarom The Case for Jesus geschreven. Ik wilde alle hoofdzaken op tafel leggen in een leesbaar boek, om mensen beide kanten van het vraagstuk te geven en hen zelf te laten oordelen over het bewijs.

Dit interview verscheen in het Engels op WordOnFire.org

Meer van dr. Brant Pitre:

Uitleg over het lectionarium van de zondag vind je hier.

Het bloed en water uit Christus’ zijde vind je hier.

Over de “broers” van Jezus vind je hier.

Wat hoort in het Oude Testament vind je hier.